X

- Over ons -

Wij zijn importeur van ...

Audio Analogue  • BCD  • CanEVER Audio • Deskadel  • Diapason  • Duende Criatura  • Essential Audio Tools  • Fletcher Audio  • Graaf  • Hadcock  • Living Voice  • Music Tools  • Norma Audio  • Nottingham Analogue • Opera Loudspeakers  • PathosAcoustics  • Phantom Cable  • Revita  • Rosso Fiorentino  • Synthesis  • The Cartridge Man  • Trichord Research  • Unison Research

- Luidsprekers -

Luidsprekermerken (A t/m L)

Luidsprekers (intro) TIP
 • Diapason
 —> Uitgelicht: Dynamis
 • Living Voice
 —> Uitgelicht: Vox

Luidsprekermerken (M t/m U)

 • Opera
 • Rosso Fiorentino
 • Unison Research

 
 
Home | versterken > buizenversterkers

Een introductie.

De kracht van buizenversterkers zit hem vooral in de lage en soms zelfs afwezige oneven harmonische vervorming.

Analogue Audio Products levert high-end buizenversterkers van Graaf, Synthesis en Unison Research.

Hoe werkt de buis?

Er zijn veel verschillende soorten buizen maar in de kern werken audiobuizen allemaal hetzelfde. Ze hebben minimaal drie onderdelen: de kathode, het rooster en de anode.

De elektronenbuis werd in 1904 uitgevonden door de Brit John Fleming (en dus niet door Marconi of Edison). De moeder van de elektronenbuis was de gloeilamp. Fleming ontdekte dat als de gloeidraad van de lamp werd voorzien van een laagje bariumoxide, er rond de gloeidraad een wolk van vrije elektronen ging hangen (emissie).

Fleming kwam op het idee om in de lamp een metalen plaatje aan te brengen en daarop een hoge gelijkspanning  te zetten. Het gevolg was dat er een stroom ging lopen van de gloeidraad (= kathode) naar de plaat (= anode).  De eerste elektronenbuis was daarmee een diode, dus met twee onderdelen: een kathode en een anode.

Gloeiende buizen

sir john ambrose fleming en de fleming lamp

De afwezige oneven harmonische vervorming

Gloeiende buizen

boeiend schouwspel

Geluidskwaliteit

Betekent dit dat buizenversterkers wel goed klinken en transistorversterkers niet? Nee, de geluidskwaliteit van transistorversterkers is tegenwoordig ook heel hoog. Mijn persoonlijke ervaring is wel dat goede buizenversterkers in het algemeen wat natuurlijker klinken.

De voorstanders van transistoren hebben vaak kritiek op de buizenversterker vanwege de bijna altijd noodzakelijke eindtrafo, waarin impedantie-aanpassing en de omzetting van spanning naar stroom plaats vindt. Hier hebben ze wel een punt. Maar … tegenwoordig zijn er heel goede eindtrafo’s. Deze zijn helaas wel kostbaar waardoor buizenversterkers in het algemeen wat duurder zijn dan transistorversterkers. Ook beperken de eindtrafo's de vermogensbandbreedte en daarmee ook de snelheid van de versterker, tenzij deze van uitnemende kwaliteit - en dus ook weer: duur - zijn.

Een goed gebouwde transistorversterker voorzien van de juiste componenten kan de muzikaliteit van een goede buizenversterker zeer dicht benaderen. Het vermogen kan doorgaans ook hoger zijn. Maar benaderen is niet hetzelfde als gelijk aan elkaar zijn of zelfs overtreffen. En met een “makkelijke” luidspreker heb je het hogere vermogen van een transistorversterker niet nodig.

Vaak wordt beweerd dat buizenversterkers niet goed kunnen klinken, omdat de gemeten vervorming veel hoger is dan bij transistorversterkers. Maar waarom geven dan veel muziekliefhebbers toch de voorkeur aan een buizenversterker? 

We kunnen de vervormingscijfers opsplitsen in vervorming van de even harmonischen en vervorming van de oneven harmonischen. De hogere gemeten vervorming van buizenversterkers doet zich bijna alleen voor bij de even harmonischen. Onderzoek heeft uitgewezen dat het menselijke gehoor daar vrijwel niet gevoelig voor is.

Gezien het bovenstaande kunnen we dus stellen dat de slechtere vervormingscijfers die buizenversterkers ten opzichte van de transistorvrienden laten zien op het gebied van de even harmonischen, dus niet van belang zijn. Simpelweg: we nemen het niet waar.

Natuurlijke klank

Dit is een van de belangrijkste redenen waarom een buizenversterker zo goed (zeg maar: natuurlijk) klinkt. Een andere reden is de veel lagere thermische vervorming van een buis. Thermisch gezien werkt een buis een stuk constanter. Dit komt voor een groot deel doordat de buis zelf een groot koeloppervlak heeft. De transistor heeft voor de koeling een groot metalen koelblok nodig. Dit veroorzaakt een zekere traagheid in het koelvermogen. En tenslotte gebeurt de versterking van een buis in een vacuüm. Dit heeft tot gevolg dat zeer zachte muzieksignalen, zoals de ruimtelijke akoestiek vanuit de opname iets beter hoorbaar zijn. In hifitermen zeggen we dat het oplossend vermogen van de buis iets hoger is dan van de transistor.

Single-ended buizenversterkers

Single-ended-buizenversterkers zorgen voor zeer natuurlijk klinkende systemen.

Single-ended is uitsluitend klasse A, dus de fasedraaier kan in de schakeling worden overgeslagen. Dit verkort de signaalweg. Single-ended klasse A kent geen crossover-vervorming. Over het principe van en de gedachte achter de single-ended buizenversterker heb ik een aparte pagina gemaakt.

Buizenversterkers op basis van een OTL-schakeling (Output Transformer Less, dus zonder uitgangstrafo's) klinken echter ook prachtig. Dit type buizenversterker produceert een uiterst zuiver en open muziekbeeld, en de dynamiek is enorm goed. Graaf heeft bijvoorbeeld in het verleden prachtige OTL's gebouwd die gebruikt nog steeds zeer gewild zijn.

Graaf GM200

GRAAf GM200 EINDVERSTERKER

Over nieuwe buizen en upgraden

Gloeiende buizen

bLIJFT FASCINEREND

Buizen slijten. Velen vinden het lastig om vast te stellen of een buis versleten is of niet, maar als u meer vervorming hoort dan anders kan de eindbuis op zijn eind lopen. Als de versterker mat klinkt kunnen de voorversterkerbuisjes versleten zijn.

Gelukkig is het zo dat de slijtage van buizen gehoormatig pas waarneembaar is als de buis vrijwel helemaal “op” is. Dit geldt vooral voor de grote buizen, de eindbuizen. Het is dus niet zo dat je met een buizenversterker bijvoorbeeld na een jaar gebruik al hoort dat het geluid iets minder goed is geworden. De kathode blijft geruime tijd zijn maximum aan elektronen emitteren. Als u twijfelt, kunnen wij uw buizen nameten en aangeven of de buizen wel of niet aan vervanging toe zijn.

Levensduur

Het is lastig aan te geven hoe lang buizen meegaan. Zeker is dat voorversterkerbuisjes in ieder geval structureel langer meegaan dan eindbuizen. Ook van belang is hoe de buizen in uw versterker staan ingesteld. Als de bias ofwel de ruststroom op de maximaal voorgeschreven waarde of zelfs daarboven staat ingesteld, zal de buis eerder versleten zijn. Over het algemeen is de levensduur van vooral de eindbuizen in een klasse A buizenversterker korter dan in een klasse AB buizenversterker.  

Ondanks de slijtage hebben buizenversterkers ook grote voordelen.

Nieuwe versterker

Met nieuwe buizen heb je in feite weer een nieuwe versterker, want de andere componenten slijten niet of nauwelijks. Dit is nog een voordeel ten opzichte van de transistorversterker, die na geruime tijd van gebruik toch langzaam achteruit gaat.

Met buizen kun je de klankkleur beïnvloeden

Het is een feit, door te kiezen voor een bepaalde buis in een bepaalde versterker kun je het geluidsbeeld bijsturen. Kom daar maar eens om bij een transistorversterker.

Buizen kun je verbeteren

Sterker nog, wij hebben upgrades ontwikkeld die de buizen beter maken dan ze out of the box zijn. Het geluidsbeeld gaat erop vooruit en de levensduur ook. Op de pagina buizen matchen en upgraden leest u een paar ervaringen van klanten die voor de buizenupgrade gekozen hebben.

Documentatie & meer info

home | cookiebeleid & disclaimer | print deze pagina | scroll omhoog